De eigen woning en echtscheiding – een doolhof

Het Gerechtshof Den Bosch heeft op 4 februari 2021 een opvallende uitspraak gedaan.

Casus:

In de voorliggende casus was de woning volledig eigendom van de vrouw. De man en de vrouw zijn samen hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheekschuld. Het huwelijk tussen de man en vrouw eindigt in 2013 door echtscheiding. Het fiscaal partnerschap tussen de man en vrouw wordt gedurende het kalenderjaar 2013 verbroken. In het convenant is de partneralimentatie op nihil gesteld.

De man betaalt de volledige hypotheeklasten in 2013. Hij stelt zich op het standpunt dat deze voor heel 2013 aftrekbaar zijn, ofwel op grond van de scheidingsregeling (artikel 3.111 lid 4 Wet Inkomstenbelasting), ofwel als onderhoudsverplichting (artikel 6.3 lid 1 sub a Wet Inkomstenbelasting). Partijen doen de aangiften inkomstenbelasting 2013 niet als fiscaal partners.

Standpunt belastingdienst:

De belastingdienst is van mening dat 50% van de hypotheekrente na het verbreken van het fiscaal partnerschap tussen de man en de vrouw niet aftrekbaar is, omdat de man geen eigenaar van de woning is. De resterende 50% van de hypotheekrente kwalificeert niet als onderhoudsverplichting, omdat hieraan geen overeenkomst of rechtelijke beschikking ten grondslag ligt.

Uitspraak Hof Den Bosch:

Het Hof stelt dat de man geen eigendom van de woning hoeft te hebben om de (50%) hypotheekrente onder de scheidingsregeling van artikel 3.111 lid 4 Wet Inkomstenbelasting te kunnen aftrekken. In dit wetsartikel is deze voorwaarde niet gesteld. Ook in de parlementaire geschiedenis is voor deze visie geen steun te vinden.

Verder is het Hof van mening dat de andere 50% van de hypotheekrente als onderhoudsverplichting mag worden afgetrokken. Er was een groot inkomensverschil tussen de man en de vrouw tijdens het huwelijk. Daarnaast kan de man op basis van de gemaakte alimentatieberekening geen partneralimentatie betalen, omdat hij de hypotheekrente voor zijn rekening neemt.

Gevolgen voor de praktijk:

De visie dat eigendom van de woning geen voorwaarde is voor de toepassing van artikel 3.111 lid 4 Wet Inkomstenbelasting is een geheel nieuwe invalshoek op de scheidingsregeling. Dit standpunt is niet goed te rijmen met de algemene regels die gelden voor de eigen woning. Daarnaast stelt het Hof dat het aandeel van de man in de eigenwoningschuld 50% bedraagt. Hiermee wijkt het Hof af van de basisregel, dat de schuld het bezit volgt. Ook dit geeft nieuwe rechtsonzekerheid.

Het Hof neemt verder het standpunt in, dat er sprake kan zijn van een onderhoudsverplichting zonder dat hieraan een overeenkomst of rechterlijke beschikking ten grondslag ligt. Dit kan zeer nadelig voor de partner zijn, die de partneralimentatie ontvangt. Deze kan immers zonder dat hier duidelijke afspraken over bestaan geconfronteerd worden met de fiscale heffing over de ontvangen partneralimentatie.

Deze uitspraak maakt de toepassing van de regels rondom de eigen woning tijdens de scheiding helaas niet eenvoudiger.

Ex-partner uitkopen steeds duurder

Artikel in Elsevier Weekblad; is het nog interessant om de ex-partner uit te kopen uit het gezamenlijke huis?

Trots dat ik heb kunnen bijdragen aan dit artikel in Elsevier Weekblad;

Lees meer